Historie

De internationale schrijversvereniging PEN werd in 1921 door de Engelse schrijfster Catherine Dawson Scott opgericht. De Nederlandse afdeling, PEN Nederland, volgde twee jaar later en telt nu ruim 400 leden. Oprichter was de dichter P.C. Boutens.  Inmiddels zijn er wereldwijd zo’n 145 centra in 104 landen.  De afkorting PEN staat voor: Poets Essayists Novelists. Veel later zijn in die afkorting ook Playwrights, Editors en Non-fiction writers opgenomen.

Het eerste doel van PEN was de promotie van literatuur, vrije verspreiding van literatuur. Het was oorspronkelijk vooral een westerse elite-club van schrijvers. Na de Tweede Wereldoorlog kwam er snel een tweede aspect bij: die vrije verspreiding werd namelijk in sommige landen, met name in Oost-Europa, ernstig belemmerd doordat er geen vrijheid van meningsuiting en expressie was. Tegenwoordig is voor de PEN-centra dit tweede aspect het belangrijkste geworden. Het is een politiek onafhankelijke vereniging van schrijvers, journalisten, uitgevers en redacteuren, qua doelstelling vergelijkbaar met Amnesty International met dit verschil: zij komt op voor haar bedreigde collega’s, waar ook ter wereld.  Vanaf de oprichting heeft de PEN zich op velerlei wijzen ingezet voor het lot van schrijvers in landen waar het recht op vrijheid van meningsuiting door regimes met voeten werd getreden.

PEN Emergency Fund

De Nederlandse schrijver A. (Bob) den Doolaard, die gedurende vele jaren een prominente rol speelde in de internationale PEN en tot vice-president werd benoemd, wees erop dat één element in de steun ontbrak: het verschaffen van materiële bijstand. En juist daaraan, zo betoogde hij, hebben veel schrijvers die in hun vrijheid van werken ernstig worden beknot, behoefte. Niet mogen schrijven, geboycot worden, gevangen genomen worden of moeten vluchten, betekent immers ook geen inkomen, niet alleen voor je zelf, maar ook voor je gezin.  Het idee voor een speciaal ‘schrijvers-in-nood-fonds’ is van Den Doolaard afkomstig. In 1971 richtte hij het PEN Emergency Fund op, een internationaal noodfonds, gevestigd in Nederland. Het fonds ondersteunt ernstig vervolgde schrijvers en schrijvers in ballingschap met een eenmalige toelage waarmee zij zichzelf (en in bijzondere gevallen hun familie) in een noodsituatie kunnen handhaven. Jaarlijks worden enkele tientallen schrijvers over de hele wereld geholpen. Het fonds opereert in nauwe samenwerking met PEN International, dat via professionele onderzoekers de informatie aanlevert op basis waarvan het fonds keuzes maakt en noodsteun verleent. Om de financiële slagkracht van de PEN-organisatie te vergroten, bedacht Den Doolaard het PEN Emergency Fund.  Als rechtsvorm koos hij voor een fonds onder Nederlands recht. Hij wilde op die manier voorkomen dat interne politieke en persoonlijke perikelen binnen de internationale PEN van invloed konden worden op het uitkeringsbeleid.

In eerste instantie was het fonds een solidariteitsfonds. Den Doolaard ging ervan uit dat schrijvers in vrije en rijke landen hun collega’s die onder veel slechtere omstandigheden moesten werken, zouden willen steunen door geld te storten in een fonds waaruit hulp aan hen kon worden gefinancierd.  De activiteiten waren in de begintijd voornamelijk gericht op Oost-Europa, waar communistische regimes censuur gebruikten als middel om politieke tegenstanders en vrije geesten de mond te snoeren.  Giften werden in de begintijd door koeriers vanuit Nederland bezorgd en persoonlijk  overhandigd, wat kostbaar en tijdrovend was.

De voorzitters die Den Doolaard opvolgden, waren hoogleraar Nederlandse letterkunde Gerrit Borgers, de befaamde auteur J. (Henk) Bernlef en auteur en oud-hoogleraar Rudolf Geel. Jan Honout heeft als penningmeester onder alle genoemde voorzitters gediend. Sinds 2017 is Wim Jurg penningmeester en Job Degenaar voorzitter. Oud-hoogleraar René Appel is als derde bestuurslid aangetrokken. Een internationale advisory board van zeven vermaarde, nauw bij PEN International betrokkenen, adviseert het PEN Emergency Fund.

Toen Bernlef in 1987 de voorzittershamer overnam, maakten bedrijven als Western Union het mogelijk op makkelijke en snelle wijze geld over te maken over de hele wereld. Daaraan kwam echter een einde door de gebeurtenissen in New York op 11 september 2001. Deze leidden ertoe dat deze moneytransfers, die  een belangrijke rol speelden bij onderlinge betalingen tussen terroristen, onder toezicht kwamen te staan van organisaties als de CIA. En daardoor werd een instelling als het PEN Emergency Fund die geregeld geld overmaakte naar landen in het Midden Oosten, Afrika en China al gauw als verdacht beschouwd. Dat de transacties van het fonds uitsluitend humanitaire hulp aan schrijvers betrof die werd verstrekt onder auspiciën van een befaamd en onbesproken instituut als PEN International maakte kennelijk weinig indruk op veiligheidsdiensten. Het leidde ertoe dat transfers via Western Union en vergelijkbare bedrijven voortaan geweigerd werden. Het geld wordt tegenwoordig uitsluitend overgemaakt door middel van banktransacties.

De komst van Bernlef als nieuwe voorzitter in 1987 betekende een modernisering van de organisatorische opzet. Hoewel Bernlef, evenals zijn voorganger Borgers, samen met  penningmeester Honout de praktische uitvoering van taken in eigen hand hield, voerde hij een aanzienlijke verbreding van bestuur door. Vooral met het doel om het draagvlak van het fonds binnen de PEN te verbreden, werd het bestuur uitgebreid met leden uit een flink aantal verschillende, liefst enigszins vermogende PEN-centra. Hij hoopte op die manier niet alleen het Hollandse imago van het fonds wat te laten verbleken; zijn bedoeling was ook dat die centra hun bijdragen aan het fonds zouden verhogen. Toen duidelijk werd dat de nieuwe bestuursleden nauwelijks voor extra geld konden zorgen en de reis- en verblijfkosten die gemoeid waren met tweejaarlijkse vergaderingen van het internationaal samengestelde gezelschap een onevenredig groot deel van het budget vergden, werd besloten hiermee te stoppen. Bernlef slaagde er gelukkig in om nieuwe sponsoren aan te trekken zoals Oxfam Novib en LIRA, zodat het fonds minder afhankelijk werd van individuele giften en van bijdragen door de verschillende PEN-centra, een verlichting doordat de bijdragen van de individuele PEN-centra daalden. Onder zijn leiding werd bovendien de samenwerking  met de professionele researchers van het Writers in Prison Committee van PEN International versterkt.

Dankzij zijn eenvoudige opzet, kan het Emergency Fund uiterst snel en slagvaardig werken, waardoor het zich onderscheidt  van vrijwel alle andere organisaties die zich bezighouden met de hulp aan schrijvers en journalisten. Bij andere NGO’s duurt de besluitvorming meestal veel langer, terwijl de uitgekeerde bedragen die van het PEF niet overstijgen. Daar komt bij dat het fonds, hoewel het professioneel te werk gaat, nog altijd door vrijwilligers wordt gerund.

Journalisten en bloggers

In toenemende mate zijn in de laatste decennia vooral journalisten het slachtoffer van vervolging geworden in landen met politieke en sociale spanningen. De criteria die het fonds hanteert bij het toekennen van een verzoek om een financiële bijdrage, zijn de volgende:

  • gewetensvol
  • als schrijver/journalist algemeen erkend
  • verkeert hij of zij in direct gevaar
  • is dat gevaar ontstaan door de uitoefening van zijn of haar beroep?

In 2002 volgde Rudolf Geel Bernlef op. Hij zette een campagne op om nieuwe sponsoren binnen te halen. Organisaties die de vrijheid van meningsuiting ter harte nemen, zegden steun toe, zoals de Nederlandse Stichting Democratie en Media en LIRA Fonds. Ook Oxfam Novib en het Gieskes-Strijbis Fonds steunden het fonds, maar moesten stoppen als gevolg van vermindering van subsidie door de Nederlandse overheid. De zoektocht naar nieuwe geldschieters gaat door onder het nieuwe bestuur dat sinds 2017 is gevormd, aangezien het fonds langzaam inteert op zijn algemene reserve.

 

De bovenstaande informatie is grotendeels een excerpt van een uitvoeriger historisch verslag door Rudolf Geel en Jan Honout dat u in het Jaarverslag van 2016 kunt vinden.

PEN Emergency Fund wordt gesteund door: